In het kort
De RTA CVRM bevat regionale afspraken voor het voorkomen en behandelen van hart- en vaatziekten door risicofactoren zoals hypertensie, hyperlipidemie, diabetes en leefstijl te beheersen. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor huisartsen, specialisten en andere zorgverleners en bevatten afspraken over diagnostiek, behandeling en follow-up bij patiënten met verhoogd cardiovasculair risico of bestaande hart- en vaatziekten. Hieronder staan de belangrijkste afspraken. In de pdf vind je de volledige inhoud.
Patiënten met een verhoogd cholesterol worden behandeld volgens de NHG-richtlijn. Statines zijn de eerste keus, en de dosering wordt aangepast aan het individuele risicoprofiel.
Diagnostiek: periodieke controle van lipidenprofiel bij risicogroepen, inclusief LDL-cholesterol.
Behandeling: start met leefstijlinterventies, aangevuld met medicamenteuze therapie (statines) als streefwaarden niet worden gehaald.
Verwijzing: bij vermoeden van familiaire hypercholesterolemie of therapieresistente hyperlipidemie.
Bloeddruk wordt gemeten volgens de richtlijnen, en behandeling wordt gestart bij een bloeddruk ≥140/90 mmHg. Leefstijladviezen en medicatie (zoals ACE-remmers of calciumantagonisten) zijn onderdeel van het behandelplan.
Diagnostiek: gebruik van 24-uurs bloeddrukmeting voor een betrouwbare diagnose.
Behandeling: leefstijlinterventies in combinatie met antihypertensiva bij aanhoudend verhoogde bloeddruk.
Monitoring: jaarlijkse controle van bloeddruk, nierfunctie en elektrolyten.
Patiënten met een doorgemaakt myocardinfarct worden intensief begeleid, met aandacht voor medicatie (zoals bètablokkers en plaatjesremmers), leefstijl en revalidatie.
Nazorg: monitoring van lipiden, bloeddruk en leefstijl na ontslag.
Behandeling: start of intensivering van statines, ACE-remmers en bètablokkers indien nodig.
Screening en follow-up van patiënten met een AAA worden uitgevoerd volgens de richtlijnen. Bij indicatie voor operatie wordt de patiënt verwezen naar de vaatchirurg.
Screening: bij mannen ouder dan 65 jaar met risicofactoren.
Behandeling: doorverwijzing naar een vaatchirurg bij AAA > 5,5 cm of snelle groei (> 0,5 cm/jaar).
Patiënten met PAV worden behandeld met leefstijladviezen, medicatie (zoals plaatjesremmers) en zo nodig revascularisatie.
Diagnostiek: gebruik van enkel-armindex (EAI) om de ernst vast te stellen.
Behandeling: looptraining en leefstijlinterventies als eerste lijn; eventueel verwijzing voor endovasculaire therapie bij ernstige klachten.
Patiënten met een TIA of CVA worden direct verwezen voor diagnostiek en behandeling. Preventie van recidieven met medicatie (zoals antistolling) en leefstijladviezen is essentieel.
Diagnostiek: acute beeldvorming en risicostratificatie binnen 24 uur bij vermoeden van een TIA/CVA.
Nazorg: multidisciplinaire aanpak gericht op secundaire preventie en revalidatie.
Goede communicatie tussen huisarts en specialist is essentieel voor een optimale behandeling van CVRM-patiënten.
- Overdracht | Bij verwijzing naar de specialist wordt een duidelijk behandelplan meegegeven, inclusief medicatie en controle-afspraken.
- Terugrapportage | Na terugverwijzing informeert de specialist de huisarts over het verloop en de resultaten van de behandeling.
- Updates | De huisarts informeert de specialist bij significante veranderingen in de gezondheidstoestand van de patiënt.
Verwijzing naar een diëtist op het juiste moment levert een belangrijke bijdrage aan de behandeling van CVRM-patiënten. In de Artsenwijzer Diëtetiek CVRM staat op welk moment welke voedingszorg geschikt is.
Bekijk de Artsenwijzer Diëtetiek CVRM
In de complete RTA staan contactgegevens van de betrokkenen bij de totstandkoming van de RTA CVRM. Heb je een suggestie, vraag of opmerking? Neem contact op via info@rsotrijn.nl.
Revisiedatum: 7 mei 2026