“Samenwerking is geen keuze, maar een voorwaarde”
In de spreekkamer van de huisarts, bij het wijkteam of aan de keukentafel thuis: voor inwoners horen zorg en ondersteuning naadloos in elkaar over te lopen. Maar achter de schermen is dat niet altijd zo.
Juist dit is het doel van de transformatie waar gemeenten, zorgverleners en maatschappelijke organisaties vanuit Trijn samen aan werken: een betere verbinding tussen het sociaal en medisch domein, met digitalisering als belangrijke motor.
Geen kleine klus
Voor de gemeente Utrecht is dat geen kleine klus. Aisha de Graaff en Madelon King, projectleiders digitalisering sociaal domein, en Marjoke Verschelling-Hartog, programmamanager Sociaal en Gezond (IZA/GALA), staan midden in die beweging. Samen met hun collega Nick de Rouw, Transformatiemanager Digitalisering, vertegenwoordigen zij de 23 gemeenten in de provincie Utrecht, elk met hun eigen werkwijze, inwoners en uitdagingen.
Van loket naar loket
“De verbinding is er eigenlijk al”, vertelt het team. “Denk aan de samenwerking tussen wijk- en buurtteams en huisartsen, of aan het verkennend gesprek waarin inwoners, professionals en naasten samen kijken naar mentale gezondheid”. Maar in de praktijk werken deze werelden nog te vaak naast elkaar. Voor inwoners voelt het alsof ze van loket naar loket worden gestuurd.
Aan het begin
Die ervaring moet anders. Tegelijkertijd is de weg daar naartoe complex. Waar het medisch domein de afgelopen jaren stevig heeft geïnvesteerd in digitalisering en gegevensuitwisseling, staat het sociaal domein nog relatief aan het begin van die ontwikkeling. “We moeten eerst een inhaalslag maken”, leggen Aisha en Madelon uit. “En dat in een speelveld met honderden organisaties, meer dan een miljoen inwoners en 23 gemeenten die allemaal net even anders werken.”
Gaandeweg ontdekken
Toch gebeurt er al veel. Niet vanuit een vastomlijnd eindbeeld, maar juist vanuit beweging. “Dit is geen innovatie met een duidelijk eindpunt”, zegt Marjoke. “Het is een transformatie. Daarom willen we als gemeenten in de regio met het sociaal domein nauw betrokken zijn bij het transformatieprogramma.”
Iedereen moet mee kunnen doen
Dat betekent bijvoorbeeld meedenken over hoe bestaande digitale oplossingen ook in het sociaal domein kunnen worden ingezet. Bijvoorbeeld in het geval van VIPLive; een platform voor digitale samenwerking en gegevensuitwisseling in de zorg, ontwikkeld in de zorg. Madelon: “We kijken nu of dit ook werkt in de samenwerking tussen het medisch en sociaal domein, zodat we ontdekken wat er in deze samenwerking digitaal nodig is. We leveren een bijdrage aan de digitale basis die nodig is om gegevens veilig en goed uit te wisselen.” Tegelijkertijd blijft één thema steeds centraal staan: digitale inclusie. “Want als systemen slimmer worden, moet iedereen wel mee kunnen blijven doen”, aldus Marjoke. “Dat is waar het sociaal domein voor staat.”
De rol van Trijn
Als regionale samenwerkingsorganisatie ondersteunt Trijn het sociaal domein, zorg en welzijn bij het realiseren van veilige en toekomstbestendige digitale samenwerking. Trijn brengt partijen uit de regio bij elkaar en helpt bij het vertalen van werkafspraken naar digitale oplossingen. In Midden-Nederland heeft de gemeente als koploper gemeente de rol op zich genomen om het sociaal domein een stevige plek te geven in de samenwerking.
De rol van de gemeente
Die rol is niet eenvoudig. “Wij brengen partijen in het sociaal domein bij elkaar en helpen richting te geven,” zegt Aisha. “Altijd vanuit het perspectief van de inwoner. Wat heeft iemand nodig? En wat werkt in de praktijk? Daarmee zijn wij voor Trijn het aanspreekpunt voor het sociaal domein. Samenwerking is daarbij geen keuze, maar een voorwaarde. Veel organisaties hebben simpelweg niet de middelen om deze ontwikkeling alleen vorm te geven.”
Onzichtbaar voor de inwoner
Voor inwoners zou de digitale samenwerking tussen zorg, welzijn en sociaal domein vanzelfsprekend moeten zijn. Het zou niet uitmaken waar iemand aanbelt voor zijn zorg of sociale behoefte. Het hele proces van zorg en ondersteuning moet kloppen. “Daarvoor is het nodig om een gezamenlijke taal te vinden. Een manier van samenwerken die voor beide domeinen werkt en waarin we elkaar beter begrijpen”, stellen de dames.
Vragen die schuren
Dit vraagt om wederzijds begrip en inspanning van zowel het medisch als het sociaal domein. Het medisch domein heeft een voorsprong en werkt vanuit andere structuren en logica. “Wij stellen soms vragen die schuren”, geven ze toe. “Dat kan spanning opleveren. Maar uiteindelijk delen we hetzelfde doel: dat inwoners ervaren dat zorg en ondersteuning goed geregeld zijn.”
Wat geeft energie?
Juist dat gezamenlijke doel geeft energie. Voor Aisha zit die in het doorbreken van een vastlopend zorgstelsel. “Er is al veel geprobeerd. Digitalisering biedt nieuwe kansen om echt verschil te maken.”
Voor Madelon ligt de kracht in de combinatie van technologie en maatschappelijke impact. “Als inwoner wil je gewoon makkelijk je weg kunnen vinden. Zonder gedoe, met overzicht.”
Voor Marjoke draait het om zelfstandigheid en kwaliteit. “Dat mensen zo lang mogelijk zelfredzaam blijven. En dat als er hulp nodig is, die goed georganiseerd is, voor inwoners én professionals. Daar doen we het voor.”