“Over twee jaar hebben we zó veel in beweging gezet dat we niet meer terug kunnen”
De ene dag organiseert ze vergaderingen en houdt de voortgang van projecten bij. De andere dag verbindt Eta Mulder mensen met elkaar, brengt ze organisaties bij elkaar en zoekt ze naar manieren om beter samen te werken. Als netwerkleider van het programma Mentaal Gezond Midden-Nederland werkt ze steeds tussen strategie en praktijk.
Achter al haar werk zit altijd ook deze vraag: lukt het de partners om écht gelijkwaardig samen te werken? Eta vindt gelijkwaardigheid de sleutel tot een blijvende netwerksamenwerking op het gebied van mentale gezondheid in de regio. “Er wordt nog vaak hiërarchie ervaren tussen zorg, en het sociaal domein, maar ook binnen die domeinen zelf”, vertelt ze. “Dat belemmert betrokken hulpverleners te vaak om te doen wat nodig is voor en met inwoners. Iedereen heeft een stukje van de oplossing in handen. En het grootste stukje? Dat is de inwoner zelf.”
Die overtuiging is de basis van Mentaal Gezond Midden-Nederland. Huisartsen, ggz-aanbieders, wijkteams, ervaringsdeskundigen en andere partners werken samen. Ze kijken anders naar mentale gezondheid: in plaats van meteen ‘dit vraagt om specialistische zorg’ stellen ze de vraag: ‘welke vraag heeft de inwoner en wat heeft hij of zij nodig om een zo goed mogelijk leven te leiden?’. “Mentale gezondheid is onderdeel van het leven”, zegt Eta. “Problemen hebben vaak hun oorsprong in wonen, veiligheid, inkomen of een gebrek aan sociale contacten. Een behandeling kan zeker helpen, maar is niet altijd het volledige antwoord. Behandeling en ondersteuning in het sociaal domein moeten hand in hand gaan en niet na elkaar hun bijdrage leveren.”
Niet meteen naar de ggz
Een praktijkvoorbeeld is het Verkennend gesprek. Als een huisarts iemand ziet met mentale klachten en ook weet van andere problemen in het leven van diegene, nodigt hij of zij de inwoner uit voor dit gesprek. Dan kijken ze niet alleen naar een behandeling, maar naar alle beschikbare hulp. “In het Verkennend gesprek brengen we samen met de inwoner in kaart wat er speelt en waar hij of zij het liefst mee geholpen wil worden. In het plan dat samen wordt opgesteld, zit bijna altijd ook ondersteuning vanuit het sociaal domein. Ook als er behandeling nodig is. Veel mensen zijn positief verrast over de veelheid aan ondersteuning die er dichtbij huis beschikbaar is.”
Het idee is eenvoudig, de praktijk is dat niet: pak mentale problemen eerder en breder op, dan voorkom je vaak dat iemand langdurig afhankelijk wordt van de ggz. Dat is beter voor de inwoners. En het vermindert de druk op de ggz. “Als we mentale problemen samen met de inwoner en het netwerk daaromheen kunnen oppakken, heeft iemand vaak minder of korter een behandeling nodig. Dat noemen we passende zorg.”
Niet na elkaar, maar samen
De beweging die het programma in gang wil zetten, vraagt om een heel andere manier van samenwerken. Vroeger werkten organisaties vooral na elkaar. Nu moeten ze steeds vaker tegelijk optrekken. “Dit is echt een omslag van ketenzorg naar netwerkzorg”, zegt Eta. “We willen dat professionals de vrijheid voelen om over hun eigen domein heen contact te leggen. Partners in het sociaal domein krijgen bovendien een grotere rol bij mentale gezondheid dan ze voorheen hadden. Daar moeten we hen natuurlijk wel bij ondersteunen.”
Dat betekent dat het sociaal domein vaker meedoet tijdens een behandeling. Mentale gezondheid is niet alleen een taak van de zorg. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partners, samen met een inwoner en zijn of haar naasten.
Eta ziet gelukkig al veel mooie ontwikkelingen. Ze vertelt over een bijeenkomst die haar inspireerde: Broodje Noord West. Een lunch in Utrecht-Noord West waar huisartsen, collega’s van veel partners in het sociaal domein en bijvoorbeeld kunstenaars elkaar ontmoeten. “Er was zelfs iemand die gratis muziekles geeft omdat hij ervan overtuigd is dat muziek goed is voor de geest. Wat me vooral bijbleef, is hoeveel initiatieven er zijn. Mensen zoeken elkaar steeds vaker op. Dat geeft vertrouwen.”
Grenzen opzoeken
Tegelijkertijd ziet Eta ook de uitdagingen. “We willen veel veranderen, maar wet- en regelgeving veranderen niet automatisch mee. Daarom zoeken we voortdurend naar wat wél mogelijk is. Dat betekent soms grenzen opzoeken en samen puzzelen. En soms het gevoel hebben dat we een rondje door een vierkantje duwen.”
Hoeveelheid der ontwikkelingen
Waar Eta met haar collega’s werkt, is niet het enige dat speelt. Daarom vindt ze bescheidenheid belangrijk. De partners in het programma hebben ook veel andere taken en opgaven. “Er gebeurt al ontzettend veel. Denk aan langer en actief thuis wonen, eerstelijns samenwerkingsverbanden, de regionale preventie infrastructuur en allerlei andere regionale samenwerkingen. Wij moeten niet doen alsof wij alles opnieuw uitvinden. Op het gebied van mentale gezondheid is al veel ontwikkeld. Het is belangrijk dat we aansluiten bij wat er al bestaat.”
Toch is voor de implementatie van de verschillende thema’s tijdelijk een eigen infrastructuur nodig. “Uiteindelijk, als de nieuwe situatie de dagelijkse gang van zaken is geworden, moet dit opgaan in bestaande verbanden. Dan weten we dat het echt geland is.”
Goede digitale hulp is nodig
Voor netwerkzorg heb je meer nodig dan goede intenties. Ook de digitale hulp moet op orde zijn. Daar ziet Eta een belangrijke rol voor Trijn. “We hebben Trijn ontzettend hard nodig”, zegt ze stellig.
In de praktijk werken organisaties nog vaak met verschillende systemen en omgevingen. Dat geeft veel onnodige drempels voor professionals die samenwerken rond een inwoner. “Voor het Verkennend gesprek hebben we bijvoorbeeld één systeem nodig dat voor alle betrokken partijen toegankelijk is, goed werkt en veilig is. Ook casusoverleggen en consultaties vinden nu nog in allerlei verschillende omgevingen plaats. Dat werkt niet voor de lange termijn.”
Eta zegt dat Trijn essentieel is om de verandering te bereiken. “Zonder Trijn kunnen we deze beweging niet vasthouden.”
Ze waardeert dat Trijn niet vanuit één programma denkt, maar vanuit meerdere netwerken tegelijk. “Wij kijken vaak vanuit onze eigen opgave en onze eigen systemen. Trijn kijkt breder en ziet wat verschillende netwerken gemeen hebben. Dat maakt het mogelijk om oplossingen te ontwikkelen die op meerdere plekken werken.”
Ze noemt praktijkvoorbeelden: een platform waar je ondersteuning in de wijk kunt zien, digitale ondersteuning van het proces rondom de verkennende gesprekken en een plek voor overleg tussen netwerkpartners van verschillende domeinen. “In mijn ideale wereld hebben we uiteindelijk één oplossing die werkt voor alle kerngebruikers in ons netwerk én voor andere netwerken in de regio. Dat is misschien nog toekomstmuziek, maar het is wel de richting waar we naartoe willen.”
Twintig jaar drive
Waar haalt Eta haar motivatie vandaan? Dat weet ze wel. “Dit is al twintig jaar mijn drive.” In al die jaren zag ze de druk op de ggz steeds verder toenemen. “Behandelaren werken ongelooflijk hard en verdrinken soms bijna in het werk. Tegelijkertijd heb ik een groot hart voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Juist daarom weet ik dat we breder moeten kijken dan alleen de medische bril.”
Volgens haar begint dat met een andere vraag. “Niet meteen: wat is de diagnose? Maar eerst: waar wilt u het over hebben, en hoe gaat het thuis?”
Als ze vooruitkijkt naar de komende jaren, ziet ze een beweging die nog volop in ontwikkeling is. Soms schuurt het, vaak is het zoeken en experimenteren. Maar het is nodig.
Door haar oogharen heen ziet ze een toekomst waarin zorg en welzijn vanzelfsprekend samenwerken. “Ik hoop van harte dat we over twee jaar zó veel in beweging hebben gezet dat we niet meer terug kunnen.”