Van afspraak naar praktijk: informatieoverdracht bij BRMO-dragerschap
In de zorg heb je te maken met mensen die vaak kwetsbaar zijn door ziekte of ouderdom. Daardoor hebben zij een grotere kans op een infectie. Tegelijkertijd komen bijzonder resistente micro-organismen (BRMO), zoals MRSA, steeds vaker voor.
Deze bacteriën zijn ongevoelig voor bepaalde antibiotica, waardoor infecties moeilijker en soms niet meer te behandelen zijn. Bij BRMO-dragerschap zijn vaak extra hygiënemaatregelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan het dragen van handschoenen, een schort of een mondneusmasker tijdens de zorg. Ook kan de BRMO van invloed zijn op de keuze van antibiotica als iemand een infectie krijgt.
BRMO stoppen niet bij de deur van de zorgorganisatie
Mensen die zorg ontvangen, verplaatsen zich regelmatig binnen en tussen zorgorganisaties. Een BRMO gaat daarbij met hen mee. Om verspreiding naar anderen te voorkomen, is het belangrijk dat zorgverleners weten of er sprake is van BRMO-dragerschap. Dit vraagt om goede informatieoverdracht en samenwerking tussen zorgverleners en zorgorganisaties. Zo kunnen zij op tijd de juiste maatregelen nemen.
In de praktijk gaat dit nog niet altijd goed. Belangrijke informatie over BRMO-dragerschap ontbreekt soms in een overdrachtsbrief of is moeilijk terug te vinden in het cliëntendossier. Hierdoor weten zorgverleners niet altijd welke maatregelen nodig zijn.
Een voorbeeld uit de praktijk
Een bewoner met beginnende dementie keert na een ziekenhuisopname terug naar het verpleeghuis. Tijdens zijn opname heeft hij MRSA opgelopen via een medepatiënt. Bij de overdracht wordt de MRSA-status niet vermeld. Pas enkele dagen later ontvangt het verpleeghuis bericht vanuit het ziekenhuis. Tot die tijd zijn geen aanvullende infectiepreventiemaatregelen genomen. In het verpleeghuis wordt een contactonderzoek opgestart om uit te sluiten of medewerkers en medebewoners besmet zijn geraakt. Twee medewerkers en één medebewoner zijn besmet geraakt met de MRSA bacterie. Met tijdige informatieoverdracht hadden de juiste maatregelen direct genomen kunnen worden en was verdere verspreiding mogelijk voorkomen.

Regionale afspraken geven duidelijkheid
Om de informatieoverdracht te verbeteren, hebben zorgprofessionals uit de hele zorgketen, samen met RSO Trijn en het AMR Zorgnetwerk Utrecht, de regionale transmurale afspraak (RTA) Informatieoverdracht bij BRMO-dragerschap ontwikkeld.
In de RTA staat wie waarvoor verantwoordelijk is, wanneer en hoe informatie moet worden gedeeld en welke informatie nodig is. De afspraken gaan onder andere over:
- Een uniforme naamgeving van BRMO binnen de regio;
- Het vastleggen van een BRMO-status in bijvoorbeeld het cliëntendossier;
- Het vermelden van de BRMO-status in verwijs-, overdrachts- en ontslagbrieven;
- Het informeren van patiënten/cliënten en hun naasten over BRMO-dragerschap.
De RTA in de praktijk: wat kun jij doen?
De RTA alleen zorgt nog niet voor verandering. De afspraken moeten ook in de praktijk worden toegepast. Vanuit jouw rol kun je hieraan bijdragen.
- Lees de RTA: Bekijk de regionale transmurale afspraak BRMO of gebruik de praktische infographic
- Bespreek de gemaakte afspraken binnen je team, vakgroep of organisatie: bespreek hoe de gemaakte afspraken binnen de organisatie kunnen worden toegepast.
- Zorg voor een goede overdracht: Zorg dat de BRMO-status wordt vastgelegd. Regel waar mogelijk een en ander digitaal in.
- Bespreek knelpunten: Ligt een oplossing buiten jouw invloed? Agendeer het onderwerp dan bij de juiste persoon of afdeling. Denk bijvoorbeeld aan de afdeling ICT of adviseurs transmurale zorg.
- Blijf de voortgang volgen. Houd het onderwerp regelmatig op de agenda en bespreek of de afspraken goed worden nageleefd.
- Maak de RTA makkelijk vindbaar. Installeer een snelkoppeling naar de website van RSO Trijn op je werkblad. Zo heb je de RTA’s snel bij de hand.
Wist je dat… BRMO meer is dan MRSA?
Bij BRMO denken we vaak als eerste aan MRSA. Maar er zijn meer resistente micro-organismen waarop je alert moet zijn, zoals ESBL-producerende bacteriën, CPE, VRE en Acinetobacter baumannii-complex. Ook de gist Candidozyma auris kan in zeldzame gevallen een rol spelen. De benodigde maatregelen verschillen per micro-organisme. Het is daarom belangrijk om te weten met welk micro-organisme je te maken hebt en welk protocol je moet volgen.