Op 26 oktober kwamen zo’n 25 vertegenwoordigers uit ziekenhuizen, huisartsenzorg, ggz, VVT, apotheken, diagnostiek en het sociaal domein samen bij Trijn in Utrecht. Doel: concrete stappen zetten richting regionale databeschikbaarheid. Trijn nam het initiatief voor deze brede sessie en de gezamenlijke wens om zorgvuldig en daadkrachtig verder te werken aan een stevige digitale basis voor de regio.

De bijeenkomst stond in het teken van verbinding. Niet praten óver elkaar, maar mét elkaar, vanuit de eigen sectorpraktijk. De centrale vraag was dan ook: wat moet een oplossing voor databeschikbaarheid ons opleveren in de regionale samenwerking, vanuit het perspectief van onze sector?

Die vraag raakt direct aan de kern van de transformatie waar Trijn met alle partners aan werkt: digitale muren tussen zorg, welzijn en sociaal domein afbreken, zodat professionals de juiste informatie op het juiste moment hebben.

Jeroen Bolenius (CIO bij het St. Antonius Ziekenhuis en opdrachtnemer van het databeschikbaarheidplatform voor de regio) trapte af: “Er ging een traject aan vooraf dat niet altijd even soepel verliep. We kijken nu vooral hoe we het samen beter kunnen doen. Databeschikbaarheid heeft prioriteit, we willen er echt mee aan de slag.”

Databeschikbaarheid gaat niet alleen over techniek, maar vooral over netwerksamenwerking. Wanneer betrokken partijen relevante informatie veilig en tijdig met elkaar kunnen delen, ontstaat een vollediger beeld van de inwoner en kunnen zorg en ondersteuning beter op elkaar aansluiten.

Een gedeeld vertrekpunt: dezelfde behoefte, andere werkpraktijken

Tijdens de check-in deelde elke sector verwachtingen en randvoorwaarden. Al snel bleek dat de sectoren verschillende werkprocessen kennen, maar vanuit dezelfde behoefte redeneren. Die luidt: relevante gegevens moeten op het juiste moment beschikbaar zijn in de eigen werkomgeving.

Voor ziekenhuizen zijn inzicht in gegevens over organisatiegrenzen heen, aansluiting op wet- en regelgeving (zoals de European Health Data Space) en een heldere scheiding tussen data en functionaliteit belangrijk. Voor de ggz en het sociaal domein draait het juist nadrukkelijk om de bredere context van de cliënt of patiënt, vooral wanneer snel handelen nodig is.

Nick de Rouw (gemeenten en sociaal domein) en Yuri Reeder (informatiemanager Altrecht) vergeleken de sectoren met stukken van verschillende taarten: “De een heeft carrotcake, de ander cheesecake.” De opgave is juist om het geheel bij elkaar te brengen. “Het belangrijkste is dat al onze domeinen kunnen delen wat we van elkaar nodig hebben.”

Minder zoeken, minder bellen, meer werkplezier

In de acute en dagelijkse zorg is een actueel patiëntbeeld onmisbaar. Huisartsen, ziekenhuizen en ambulancezorg benadrukten dat professionals minder tijd kwijt moeten zijn aan zoeken, bellen en opnieuw uitvragen. Gegevens moeten vanuit de bron verantwoord beschikbaar komen voor ketenpartners.

Huisarts Albert van der Veer: “Voor ons is het in de eerste plaats beschikbaar hebben van informatie, zowel in de dagpraktijk als in de spoed. Maar waar beginnen we? Wat zijn de eerste cases die we uitwerken, en hoe plotten die op de verschillende oplossingen?”

Ook in de VVT, apotheek en diagnostiek ligt de nadruk op hergebruik van gegevens die al zijn vastgelegd. Direct bruikbare informatie in het eigen systeem beperkt administratieve lasten en dubbel onderzoek, en maakt het zorgtraject beter navolgbaar. Renske de Ruiter (informatiemanager en verpleegkundige bij QuaRijn) verwoordde de gezamenlijke behoefte: “Toekomstgericht, dus niet vanuit de quickfix. De juiste gegevens op de juiste plek voor de juiste persoon beschikbaar hebben. Zodat ik uiteindelijk minder hoef te bellen en te zoeken: minder administratieve last en meer werkplezier.”

Een partnerschap voor de lange termijn

Regionale databeschikbaarheid is geen los technisch vraagstuk, maar vraagt om een langdurige samenwerking. De regio houdt daarbij zelf de regie op inrichting, beheer en doorontwikkeling. Frank Fornara (IT en projectleider data-integratieplatform bij RSO Trijn): “We kopen geen product, we kopen een ontwikkeltraject. Een deel is al gerealiseerd en klaar om in productie te nemen, maar er moet nog veel worden aangevuld vanuit wat de regio wil. Je zult zelf aan de bal moeten zijn.”

Openheid en uitwisselbaarheid als uitgangspunt

Deelnemers hechten aan een architectuur waarin gegevens en toepassingen van elkaar zijn gescheiden. Zo blijven gegevens herbruikbaar en ontstaat minder afhankelijkheid van één leverancier. Aansluiting op landelijke standaarden zoals Nictiz en op andere regio’s blijft een belangrijk uitgangspunt.

Eva Marquarita (bestuurslid RSO Nederland) licht toe: “We willen geen gefragmenteerd landschap. De eis onderling bij de RSO’s is dat we het zo gestandaardiseerd maken dat we functionaliteit kunnen uitwisselen én bovenregionaal werken ondersteunen.”

Eerst de regionale spelregels

Voor de volgende stappen wil de regio scherp krijgen welke minimumeisen zij zelf stelt. Die gedeelde meetlat gaat over architectuur, privacy, informatiebeveiliging en beheer. Heldere regionale uitgangspunten zijn nodig om gezamenlijk koers te houden. Deelnemers willen eerst vaststellen welke eisen op deze punten niet onderhandelbaar zijn.

Mira Dalessi (adviseur zorg&ict bij RegiozorgNU): “Ik mis een beetje de ‘blauwheid’. Wat zijn nu onze eisen vanuit de regio? Kijken naar voorwaarden en resultaten van gesprekken is mooi, maar ik wil weten wat onze minimale eis is en wat de showstoppers zijn als het gaat om privacy en beveiliging. Waar staan wij als regio voor? Je hebt voor dit soort grote implementaties wat meer stevigheid nodig.”

Draagvlak om samen verder te werken

De werkvorm bracht deelnemers met verschillende achtergronden rond dezelfde tafel. Daardoor ontstond ruimte om elkaars perspectief beter te begrijpen, gezamenlijke randvoorwaarden te benoemen en verder te bouwen aan vertrouwen.

Deelnemers vonden het waardevol dat de discussie sectoroverstijgend werd gevoerd. Tijdens de afronding spraken zij de wens uit om vertegenwoordigers van de sectoren ook in de volgende stappen actief betrokken te houden.

Arien Mol (programmadirecteur RSO Trijn): “De bijeenkomst was vooral een stap in het versterken van relaties, samenwerking en draagvlak in de regio. Ik ben best wel trots dat we in korte tijd zoveel hebben besproken. We begonnen bij het gezamenlijk vertrekpunt met veel overeenkomsten, maar ook mooie sectorvisies. Een mooie operatie tot dusver, dat hebben we goed gedaan. Mijn oproep is om ervaringen, vragen en perspectieven vanuit de eigen sector te blijven delen.”

Meer informatie

Trijn houdt betrokkenen op de hoogte van de vervolgstappen. Over de verdere uitwerking van de bijeenkomst volgt op een later moment meer informatie.

Wil je meedenken of heb je een vraag over dit onderwerp? Neem contact op via info@rsotrijn.nl of kijk op de pagina De transformatie.


Terug naar nieuws