Van plan naar praktijk: de VVT pakt de transformatie op
De plannen voor de regionale zorgtransformatie zijn er. Nu komt het aan op de uitvoering. Hoe zorgen we ervoor dat cliënten en zorgprofessionals daar in de praktijk echt iets van merken? Petra Pernot en Rogier van Dijk van Santé Partners vertellen wat daarvoor nodig is.
In de regio Midden-Nederland werken 33 organisaties voor verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) samen binnen de koepelorganisatie IVVU. Vanuit de IVVU zijn zij aangesloten bij Trijn. Bij een van de organisaties, Santé Partners, zijn Petra en Rogier betrokken bij de regionale transformatie.
Wat is je rol binnen de transformatie?
Petra: “Ik zit namens de IVVU in de Centrale Werkgroep Fundament en de CIO-groep (Chief Information Officers). Daarmee vertegenwoordig ik alle VVT-organisaties in Midden-Nederland die bij IVVU zijn aangesloten. Bij Santé Partners zijn we bezig om projecten vanuit onder andere Trijn, zoals Minimale eOverdracht, beter in onze eigen organisatie te verankeren. In de praktijk zien we nog verschillende snelheden. Trijn gaat soms sneller dan wij als sector kunnen aanhaken, vooral door het tempo waarin we zorgprofessionals vrij kunnen maken.”
Rogier: “Als bestuurders van de VVT-organisaties willen we dat alle organisaties mee kunnen in de transformatie. Zowel inhoudelijk als in de inzet van zorgprofessionals. In de algemene ledenvergadering van Trijn laat ik het geluid vanuit de VVT horen. Ik spreek daar namens 33 partijen. Daarvoor moet ik mijn achterban goed meenemen. Als je namens het collectief spreekt, moet je weten wat daar speelt.”
Hoe ben je betrokken geraakt bij Trijn?
Petra: “Trijn en de RSO’s zijn voor mij relatief nieuwe werelden. Toen ik tweeënhalf jaar geleden bij Santé Partners begon, kreeg ik eerst een uitleg over hoe de verschillende regionale werelden in elkaar zitten. Omdat de IVVU toen nog anders georganiseerd was, volgde ik het transformatieplan aanvankelijk vooral vanaf de zijlijn. Santé Partners heeft gekeken bij welke projecten we een koplopersfunctie kunnen vervullen. Daardoor ben ik steeds meer inhoudelijk betrokken geraakt bij Trijn, ook via de regiegroep Data en Digitalisering van IVVU die tussen Trijn en IVVU inzit.”
Rogier: “Binnen de VVT hebben we veel minder ict-overhead dan sommige andere organisaties. Toch willen we onze kennis en expertise inzetten voor het collectief. We denken actief mee en doen mee, ook als we zelf niet altijd de grootste stem hebben. Voor deze transformatie moeten we regionaal samenwerken. We kunnen dit alleen met elkaar doen. Dat is tegelijk de kracht en complexiteit van RSO Trijn. Er zijn veel verschillende organisaties, meningen en belangen. Zolang je die transparant op tafel legt, kom je er met elkaar uit.”
Welke thema’s zijn voor jou belangrijk?
Petra: “De meerwaarde van de transformatie zit uiteindelijk bij de cliënt en de medewerker. Medewerkers hoeven informatie over een cliënt niet drie of vier keer opnieuw op te vragen. Daarom zijn de minimale eOverdracht, het 360-gradenbeeld en inzicht in wensen en grenzen rondom palliatieve zorg voor ons belangrijke thema’s.”
Rogier: “Toegang tot de eigen gegevens moet voor de cliënt zo makkelijk mogelijk zijn. De cliënt moet zo min mogelijk opnieuw informatie invullen. Ook voor medewerkers kan het eenvoudiger. We moeten voorkomen dat een wijkverpleegkundige in de toekomst bijvoorbeeld minimaal drie apps moet openen om haar werk te kunnen doen. Het delen van alle relevante informatie die samenkomt op een plek: een dataplatform waarop gegevens veilig en eenvoudig te delen zijn.”
Petra: “Tegelijkertijd houdt de cliënt zelf de regie over wie welke informatie mag zien. Cliënten moeten aan het stuur van hun eigen data staan. Zij kunnen zelf bepalen: dit wil ik wel of niet delen met een andere zorginstelling in de keten. Dat sluit ook aan bij de gedachte van Trijn: zorg op de juiste plek, op het juiste moment voor alle inwoners van Midden-Nederland.”
Wat betekent de transformatie persoonlijk voor jou?
Petra: “Ik heb nog regelmatig flashbacks naar de financiële sector, waar ik hiervoor werkte. Dat was na de bankencrisis. Ook daar ontstond de behoefte om meer samen te werken en data uit te wisselen. Ik zie nu vergelijkbare complexiteit: veel verschillende belangen die op één lijn moeten komen. Alleen door samen te werken kunnen we het beter maken voor de cliënt en de medewerker. De techniek is daarbij niet het moeilijkste. De complexiteit zit vooral in verschillende belangen, mensen op één lijn krijgen en de veranderkundige opgave. Juist daarom moeten we het geheel zo eenvoudig mogelijk maken.”
Waar krijg je energie van?
Rogier: “Dat ik invloed kan uitoefenen om de zorg beter te maken. Daar ligt mijn passie. Daarnaast krijg ik veel energie van de inhoud. Ik vind het geweldig om te zien dat collega’s hun eigen competenties inzetten voor de regionale opgave en daar zelf ook weer van leren en groeien. Ik mag dat faciliteren. Trijn mag trots zijn op de samenwerking met alle partijen in het sociaal domein, welzijn en zorg. Juist die brede samenwerking maakt Trijn uniek én complex. Het geeft ons de kracht om plannen daadwerkelijk uit te voeren, maar tegelijkertijd zijn we voortdurend op zoek naar consensus. Als RSO zijn we al lange tijd actief in de regio en er is enorm veel kennis en expertise aanwezig. Ik vind het mooi om daar onderdeel van te zijn.”
Welke kansen zien jullie nog voor onze regio?
Petra: “De belangrijkste kans is dat we de plannen nu echt in uitvoering brengen. De goede plannen liggen er. Nu is het zaak om die ook daadwerkelijk uit te voeren, zodat cliënten en medewerkers het resultaat ervan in de praktijk gaan merken. Dat is nog een flinke opgave, regionaal én binnen de afzonderlijke sectoren.”
Rogier: “Ik zie daarnaast een kans om zeggenschap bij de professionals te laten. Zodat de verandering gedragen wordt door de collega’s in het werkveld. Daar ligt namelijk een grote kracht van onze regio.”
Samenwerking als sleutel
In het gesprek met Petra en Rogier komt steeds hetzelfde terug: samenwerken is nodig om de transformatie in de praktijk te brengen. De VVT-organisaties hebben ieder hun eigen expertise, belangen en tempo. De ambitie is gezamenlijk: de zorg beter en eenvoudiger maken voor cliënten en medewerkers.
De plannen liggen er. Nu is het tijd om ze samen in de praktijk te brengen.