Zorgviewer | “Een 360 graden zorgbeeld”
Een inwoner die met meerdere zorgverleners te maken heeft, merkt het dagelijks: informatie staat verspreid. De medisch specialist ziet niet wat de huisarts heeft vastgelegd. De wijkverpleegkundige heeft geen toegang tot ziekenhuisinformatie. Het gevolg? De inwoner moet zijn verhaal opnieuw vertellen of onderzoeken worden herhaald. Dat kost tijd, vergroot de kans op fouten en is vooral vervelend voor de inwoner.
De transformatie houdt in dat organisaties in zorg, welzijn en het sociaal domein in de regio Midden-Nederland samen werken aan betere digitale samenwerking. Eén van de thema’s daarin is ‘dossierinzage en gegevensuitwisseling’. Dit gaat over informatie delen en lezen. De eerste stappen worden nu gezet in zorgorganisaties. Het doel is simpel: zorgprofessionals hoeven niet steeds opnieuw te zoeken of te vragen. Relevante informatie is beschikbaar voor wie die nodig heeft, met respect voor privacy en veiligheid. Zorgviewer is daar een belangrijk onderdeel van.
Te veel systemen, te weinig overzicht
“Als behandelaars zich willen inlezen in de historie van een patiënt, dan moeten zij op vijf of zes verschillende plekken kijken”, vertellen José Jansen en Marieke Vissers, beiden verantwoordelijk voor transmurale gegevensuitwisseling in het UMC Utrecht. “Informatie over één persoon staat nu in verschillende stukjes in verschillende systemen”, legt José uit. “Denk aan een medicatieoverzicht, uitslagen van pathologie en radiologie, gespreksverslagen, voedingsadvies.” Marieke vervolgt: “Een arts heeft ons een keer brief geschreven over het aantal, in zijn ogen, zinloze kliks die hij moet doet om een beeld te krijgen van wat er speelt bij een patiënt. Deze arts had gelijk, dit moet in 2026 toch anders kunnen?”
Niet opnieuw uitvinden, maar slim verbinden
Huisartsen, ziekenhuizen, thuiszorgorganisaties, verzorgingshuizen… ze werken allemaal met verschillende systemen. Met de Zorgviewer wordt niets nieuws bedacht, maar voortgebouwd op bestaande landelijke afspraken en standaarden, zoals Wegiz, zibs en FHIR. Zo kunnen systemen informatie veilig met elkaar delen. Trijn ondersteunt de organisaties bij de uitvoering en zorgt dat regionale en landelijke ontwikkelingen op elkaar aansluiten.
UMC Utrecht gaat werken met de Zorgviewer en kijkt daarbij naar ervaringen in regio Noord. José: “Zorgviewer is geen aparte app of website, maar werkt op basis van koppelingen. Het zorgt ervoor dat behandelaren vanuit hun eigen HIS of EPD een tijdlijn kunnen openen waar alle landelijk bekende gegevens van de patiënt worden getoond, mits de patiënt toestemming heeft gegeven. Wij noemen dit een 360 graden zorgbeeld.”
Meerwaarde ontstaat pas als je het samen doet
UMC Utrecht is een van de eerste organisaties in regio Midden-Nederland die deze stap zet. Daarbij is samenwerking essentieel. Marieke: “Gelukkig heeft regio Noord al ervaring met Zorgviewer. Wij hebben veel contact met het UMC Groningen om van hen te leren.”
José vult aan: “Pionieren is interessant, maar het is ook jammer dat in de regio Midden-Nederland nog geen andere zorginstellingen met Zorgviewer werken. Daardoor is de meerwaarde voor behandelaren nog nihil. Pas als andere ziekenhuizen, huisartsen en verpleeginstellingen ermee werken, wordt het systeem interessant voor behandelaren. Dan kunnen zij alle patiëntinformatie inzien en zo het gesprek met of over de patiënt goed voorbereiden. En zo is er meer tijd voor het goede gesprek, het gesprek over zorg, grenzen en wensen.”
‘Als we straks maar gaan ritsen’
“Andere zorginstellingen hebben een andere planning voor Zorgviewer. Dat is geen probleem, als we straks maar gaan ‘ritsen’.” Met ‘ritsen’ bedoelen José en Marieke dat systemen en organisaties stap voor stap op elkaar aansluiten, zodra ze er klaar voor zijn. Net als bij een rits: pas als meerdere tanden in elkaar grijpen, ontstaat één geheel. “Dus, hierbij een oproep: sluit je aan!”, aldus José en Marieke.
Testen, testen, testen
Op maandag 19 januari voerde UMC Utrecht een eerste productietest uit. Zo’n test laat zien of het systeem niet alleen technisch klopt, maar ook goed functioneert in een (fictieve) zorgsituatie. Sommige onderdelen werkten achter de schermen wel, maar ‘live’ niet. Aandachtspunten die naar voren kwamen worden nu verbeterd. Later in februari volgt een tweede test.