Revisiedatum: 2 juni 2023
In het kort
De regionale werkafspraken voor directwerkende orale anticoagulantia (DOAC’s) zijn opgesteld om de medicatieveiligheid te verbeteren en eenduidige afspraken te maken tussen huisartsen, specialisten en apothekers over het voorschrijven, monitoren en overdragen van DOAC’s. De afspraken zijn bedoeld voor een optimale en veilige behandeling van patiënten die DOAC’s gebruiken. Via de knop kom je bij de volledige werkafspraken.
Algemene afspraken
- Voorschrijven
DOAC’s worden voorgeschreven volgens de geldende richtlijnen en indicaties. De voorschrijver is verantwoordelijk voor het informeren van de patiënt over het gebruik, de bijwerkingen en de noodzaak van regelmatige controles. - Monitoring
Patiënten die DOAC’s gebruiken, worden regelmatig gecontroleerd op nierfunctie, bloedingen en andere bijwerkingen. Bij wijzigingen in de nierfunctie of medicatie wordt de dosering aangepast. - Overdracht
Bij overdracht van zorg tussen huisarts en specialist wordt altijd duidelijk aangegeven wie verantwoordelijk is voor het voorschrijven en monitoren van de DOAC’s.
Huisarts
- Starten en vervolgen van DOAC-therapie bij stabiele patiënten.
- Jaarlijkse controle van nierfunctie (eGFR), leverfunctie en hemoglobine.
- Bewaken van medicatieveiligheid bij nieuwe medicatie of veranderde medische omstandigheden.
Specialist
- Starten van DOAC-therapie bij complexe patiënten, zoals bij ernstige comorbiditeit of na ingrepen.
- Controle van indicatie en dosering in periodes van instabiliteit.
- Overdracht naar de huisarts met een duidelijk behandelplan zodra de situatie stabiel is.
Apotheker
- Informeren van patiënten over het juiste gebruik van DOAC’s.
- Signaleren van mogelijke interacties en zo nodig contact opnemen met de voorschrijver.
Situaties met aanvullende afspraken
In zeven specifieke situaties zijn aanvullende afspraken gemaakt. Uitgebreide toelichting op elke situatie vind je in de complete werkafspraak: Regionale werkafspraken DOAC’s.
- Start DOAC bij nieuwe patiënten: initiatie volgens regionale richtlijnen, inclusief contra-indicaties en keuze van middel.
- Overgang van VKA naar DOAC: dosering en timing afhankelijk van INR-waarde.
- DOAC bij ouderen (>75 jaar): strikte monitoring van nierfunctie en verhoogde aandacht voor bijwerkingen.
- DOAC bij nierinsufficiëntie: regelmatige controle van eGFR en aangepaste dosering.
- DOAC rondom chirurgische ingrepen: tijdig stoppen en herstarten volgens perioperatieve richtlijnen.
- DOAC bij zwangerschap of borstvoeding: contra-indicaties en alternatieve therapie overwegen.
- Behandeling van DOAC-complicaties: acute maatregelen en samenwerking met hematoloog of specialist.
Elkaar op de hoogte houden
Goede communicatie tussen huisarts, specialist en apotheker is essentieel.
Overdracht | Bij start of wijziging van DOAC-therapie stuurt de specialist een behandelplan naar de huisarts, inclusief dosering, indicatie en controle-interval.
Terugrapportage | Bij terugverwijzing informeert de specialist de huisarts over het verloop en de resultaten.
Updates | De huisarts informeert de specialist bij complicaties of veranderingen in de medische situatie van de patiënt.
Apotheker | Signaleert en communiceert medicatie-interacties en informeert zowel huisarts als specialist.
Contact
In de complete werkafspraak voor DOAC’s staan contactgegevens van de betrokkenen bij de totstandkoming van de afspraken. Heb je een suggestie, vraag of opmerking? Neem contact op via info@rsotrijn.nl.