icon-list Menu RTA's en werkafspraken

In het kort

De RTA Oncologische zorg bevat afspraken over de samenwerking tussen huisartsen, specialisten en andere zorgverleners bij de diagnostiek, behandeling en follow-up van volwassenen met kanker. Het doel is om de zorg voor oncologische patiënten te verbeteren en de zorg goed te laten doorlopen. De RTA gaat over alle fasen van oncologische zorg, van diagnostiek tot de palliatieve fase. Hieronder staat een samenvatting van de afspraken, ingedeeld per fase. Voor meer details raadpleeg je de volledige RTA.

Download complete RTA (pdf)

Huisarts
  • Het is voor de huisarts duidelijk wie het aanspreekpunt is in het ziekenhuis.

  • De huisarts functioneert als aanspreekpunt in de eerste lijn.

Diagnose

  • De huisarts verwijst de patiënt bij een vermoeden van kanker door naar het ziekenhuis.

Behandelplan

  • De huisarts wordt binnen 2 werkdagen geïnformeerd over de diagnose.

  • Na het MDO-overleg (multidisciplinair overleg) wordt het aanspreekpunt aan de huisarts doorgegeven.

  • Als de patiënt een time-outgesprek wil inplannen, neemt de patiënt contact op met de huisarts.

Curatieve behandeling (behandeling met genezende bedoeling)

  • De huisarts blijft betrokken en schakelt zo nodig eerstelijnszorg in.

  • De huisarts wordt geïnformeerd over wijzigingen in de behandeling en de effecten daarvan.

Follow-up na curatieve behandeling

  • De huisarts krijgt binnen tien werkdagen een verslag van de specialist.

  • De huisarts coördineert de nazorg en psychosociale ondersteuning.

Incurabel recidief of uitzaaiingen (niet te genezen terugkeer of uitzaaiingen)

  • De huisarts bespreekt de gevolgen bij een vermoeden van terugkeer of uitzaaiingen en verwijst indien nodig door naar het ziekenhuis.

  • De huisarts coördineert de zorg die gericht is op het verminderen van klachten (symptoomgerichte zorg).

  • Zie ook de RTA Palliatieve zorg.

Specialist
  • In het MDO wordt vastgesteld wie het aanspreekpunt is. Dat wordt doorgegeven aan de huisarts.

  • Elke wijziging van het aanspreekpunt moet worden doorgegeven.

Diagnostiek

  • De medisch specialist stelt de diagnose en informeert de huisarts binnen 2 dagen.

Behandelplan

  • De specialist bespreekt de diagnose en behandelopties met de patiënt.

  • Na het MDO-overleg wordt het aanspreekpunt doorgegeven aan de huisarts en de patiënt.

Curatieve behandeling (behandeling met genezende bedoeling)

  • De specialist voert de behandeling uit en informeert de huisarts en andere zorgverleners over wijzigingen.

Follow-up na curatieve behandeling

  • De specialist stelt een nazorgplan op.

  • De specialist informeert over relevante zorg en maakt afspraken over de follow-up met de huisarts.

Incurabel recidief of uitzaaiingen (niet te genezen terugkeer of uitzaaiingen)

  • De specialist bespreekt behandelopties met de huisarts.

  • Bij symptoomgerichte behandeling (gericht op het verminderen van klachten) overlegt de specialist over de taakverdeling.

VVT (thuiszorgorganisatie en verpleeghuis)
  • De eerstelijns verpleegkundig specialist en/of oncologieverpleegkundige zijn aanspreekpunten in de eerste lijn.

  • Wanneer zij betrokken zijn, informeren zij de huisarts, verpleegkundig specialist, arts-assistent of oncologieverpleegkundige in het ziekenhuis.

Patiënt
  • De patiënt wordt duidelijk geïnformeerd over wie het aanspreekpunt is in het ziekenhuis.

  • In de thuissituatie wordt met de huisarts of verpleegkundige afgestemd wie waarvoor het aanspreekpunt is.

Revisiedatum: 30 april 2026