In het kort
De RTA CVRM bevat regionale afspraken voor het voorkomen en behandelen van hart- en vaatziekten. Het gaat om risicofactoren zoals hoge bloeddruk, hoog cholesterol, diabetes en leefstijl. De afspraken zijn voor huisartsen, specialisten en andere zorgverleners. Ze gaan over diagnostiek, behandeling en follow-up.
Voordat je een patiënt verwijst, kun je eerst overleggen:
-
Met een kaderhuisarts hart en vaatziekten (via de zorggroep).
-
Via een meedenkadvies in ZorgDomein (antwoord binnen 3 werkdagen).
-
Bij spoed: telefonisch overleg met de specialist.
Patiënten met een verhoogd cholesterol worden behandeld volgens de NHG-richtlijn. Statines zijn de eerste keus.
Diagnostiek: periodieke controle van lipidenprofiel (totaal cholesterol, HDL, LDL, triglyceriden). Bij triglyceriden >5 mmol/L moet het nuchter worden herhaald.
Behandeling: start met leefstijl. Bij medicatie: streefwaarde LDL-cholesterol <1,8 mmol/L (patiënten ≤70 jaar met hart- of vaatziekte) of <2,6 mmol/L (andere risicogroepen). Bij kwetsbare ouderen zonder hart- en vaatziekte: start liever niet of stop actief.
Verwijzing: naar internist bij triglyceriden >5 ondanks leefstijl, verdenking op familiaire hypercholesterolemie, onacceptabele bijwerkingen van statines, of onvoldoende daling van LDL ondanks behandeling.
Bloeddruk wordt gemeten volgens de richtlijnen. Behandeling start bij een aanhoudend verhoogde bloeddruk.
Diagnostiek: gebruik bij behandelindicatie een 24-uursmeting (voorkeur) of thuismeting. Ook nachtelijke hypertensie wordt zo in kaart gebracht.
Behandeling: leefstijladviezen en medicatie. Streefwaarden:
-
≤70 jaar met hart- en vaatziekte, diabetes, nierschade etc.: SBD <140 mmHg (liefst <130).
-
70 jaar en vitaal: SBD <150 mmHg (liefst <140).
-
70 jaar en kwetsbaar: SBD <150 mmHg en DBD ≥70 mmHg, voorzichtig opbouwen.
Monitoring: jaarlijkse controle van bloeddruk, nierfunctie en elektrolyten.
Verwijzing: bij therapieresistente hypertensie (>6 maanden), intolerantie, vermoeden van secundaire hypertensie, of afwijkend 24-uurspatroon.
Spoed (SEH): RR >200/120 mmHg met klachten (hoofdpijn, visusstoornissen, misselijkheid) of hypertensie met acute neurologische/cardiopulmonale klachten.
Patiënten met een doorgemaakt myocardinfarct krijgen intensieve begeleiding.
Nazorg: de cardioloog begeleidt de patiënt de eerste 6-12 maanden. In deze periode is er gedeelde zorg met de huisarts/POH voor CVRM. Na 12 maanden volgt volledige overdracht naar de huisarts.
Behandeling: start of intensivering van statines, ACE-remmers en bètablokkers.
Stoppen van medicatie (alleen als in ontslagbrief staat):
- P2Y12-remmer vaak stoppen na 12 maanden.
- Bètablokker na 12 maanden bij geen hartfalen en goede pompfunctie (LVEF >50%).
- ACE-remmer na 12 maanden bij geen hartfalen, goede pompfunctie, geen diabetes en geen chronische nierschade.
Screening en follow-up van patiënten met een verwijde buikslagader.
Screening: bij een vermoeden van een niet-acuut aneurysma wordt een echo gemaakt. Bij diameter 3,0-4,0 cm: jaarlijkse echo.
Behandeling: verwijs naar een vaatchirurg bij diameter ≥4,0 cm, of bij een sacculair aneurysma (ongeacht de grootte).
Terugverwijzing: naar huisarts voor CVRM zodra de diagnose is gesteld en de diameter nog <4,0 cm, of na een operatie en nacontrole.
Patiënten met etalagebenen of kritieke ischemie.
Diagnostiek: gebruik van enkel-armindex (EAI) om de ernst vast te stellen.
Behandeling: leefstijladviezen, stoppen met roken, medicatie (clopidogrel), en looptraining (fysiotherapie). Bij ernstige klachten (Fontaine 3-4) of snelle progressie verwijzen naar vaatchirurg.
Spoed: acute ischemie van het been (bedreiging van levensvatbaarheid) → direct naar SEH.
Patiënten met een TIA of beroerte worden direct verwezen.
Diagnostiek:
-
Uitvalsverschijnselen <24 uur → ambulance (A1) naar SEH.
-
TIA (uitval volledig verdwenen) → overleg met neuroloog. Patiënt binnen 1 werkdag naar TIA-poli.
-
Start acetylsalicylzuur 160 mg bij werkdiagnose TIA, tenzij patiënt direct door neuroloog wordt gezien.
Nazorg: neuroloog ziet patiënt na 3-6 weken op poli en verwijst dan terug naar huisarts voor CVRM. Huisarts neemt contact op na ontslagbrief.
Goede communicatie tussen huisarts en specialist is essentieel.
- Overdracht | Bij verwijzing: duidelijk behandelplan, medicatie, en of de patiënt na advies terugverwacht wordt.
- Terugrapportage | Specialist stuurt ontslagbrief en geeft aan of het volledige terugverwijzing of gedeelde zorg betreft.
- Updates |Huisarts informeert specialist bij significante veranderingen. De voorschrijver van medicatie is verantwoordelijk voor communicatie naar patiënt en apotheek.
Verwijzing naar een diëtist op het juiste moment levert een belangrijke bijdrage. In de Artsenwijzer Diëtetiek CVRM staat wanneer welke voedingszorg geschikt is.
Bekijk de Artsenwijzer Diëtetiek CVRM
In de volledige RTA (pdf) staan de contactgegevens van de betrokken experts. Heb je een vraag of opmerking? Mail naar info@rsotrijn.nl.
Laatste inhoudelijke wijziging: 16 juni 2026