icon-list Menu RTA's en werkafspraken

In het kort

Atriumfibrilleren (AF) is een veelvoorkomende hartritmestoornis, vooral bij ouderen. De boezems van het hart trekken niet meer goed samen, waardoor de hartslag snel en onregelmatig kan zijn. Dit vergroot de kans op een beroerte (CVA). Goede samenwerking tussen huisarts, cardioloog, apotheker en andere zorgverleners is belangrijk. Deze RTA bevat regionale afspraken over diagnostiek, behandeling, consultatie, verwijzing en terugverwijzing.

Download complete RTA (pdf)

Huisarts

Diagnose: stelt AF vast met een ritmestrook van minimaal 30 seconden (1 afleiding) of 10 seconden (meerdere afleidingen).

Bloedonderzoek: glucose, lipiden, nierfunctie (eGFR, creatinine), Hb, TSH, kalium, leverfunctie.

Behandeling: behandelt zelf kwetsbare patiënten (incl. antistolling en hartfrequentie <110/min). Ook patiënten die door cardioloog zijn terugverwezen.

Echo: overweeg eenmalig een echo van het hart (via eerstelijnsdiagnostiek) bij vitale patiënten; bij kwetsbare patiënten kan echo achterwege blijven.

Ketenzorg: patiënten in CVRM- of DM-keten blijven daarin; AF-module kan erbij (indien gecontracteerd).

Consultatie: kan bij cardioloog een meedenkadvies vragen via ZorgDomein (antwoord binnen 3 werkdagen) of bij bekende patiënt telefonisch/e-mail.

Verwijzing: naar cardioloog bij spoed (instabiel, AF <24 uur zonder antistolling, veel klachten) of bij niet-spoed volgens stroomschema (o.a. ritmebehandeling gewenst, contra-indicatie antistolling, onvoldoende frequentiedaling).

Terugverwijzing: neemt patiënt over van cardioloog als deze klachtenvrij is, stabiel paroxysmaal AF heeft, of chronisch AF met goede frequentiecontrole (mits geen onderhouds anti-aritmica zoals sotalol).

Informatieoverdracht: vermeldt bij verwijzing via ZorgDomein: anamnese, voorgeschiedenis, lab, bloeddruk, medicatie, vraagstelling, ritmestrook/ECG.

Cardioloog, verpleegkundig specialist, physician assistant

Diagnostiek: beoordeelt aanvragen van huisarts. Standaard ECG en TTE voor eerste polibezoek.

Behandeling: schrijft medicatie voor (DOAC’s, frequentie- of ritmeregelaars). Biedt bij indicatie cardioversie of ablatie.

Consultatie: beschikbaar voor meedenkadvies (ZorgDomein) of telefonisch overleg (bekende patiënt).

Terugverwijzing naar huisarts: bij klachtenvrij paroxysmaal AF (ook na ablatie/ECV), geaccepteerd paroxysmaal AF met acceptabele aanvalsfrequentie, chronisch AF met adequate frequentie. Niet terugverwijzen bij gebruik van onderhoudsritmemedicatie (sotalol, amiodaron, flecaïnide, behalve ‘pill in the pocket’).

Informatieoverdracht: stuurt huisarts uitslagen en behandeladvies (via Edifact). Vermeldt bij echo of er klepafwijkingen of hartfalen is. Geeft instructies bij ‘pill in the pocket’. Maakt duidelijk of CVRM wordt overgedragen.

Ablatie (derde lijn): voor verwijzing zijn specifieke gegevens nodig (BMI, LAVI, LVEF, AF-patroon, eerdere ablatie). Na ablatie: follow-up via verwijzend cardioloog of derdelijns centrum (verschilt per ziekenhuis).

Apotheker

Medicatie: DOAC’s worden voorgeschreven door regiebehandelaar. Op recept staan: eGFR, creatinine, gewicht, indicatie.

Nierfunctie: regiebehandelaar controleert jaarlijks de nierfunctie en vermeldt deze op recept. Apotheker kan labwaarden van eerste lijn inzien (tweede lijn nog niet altijd).

Herhaalrecept: patiënt vraagt herhaalrecept aan bij regiebehandelaar (specialist of huisarts). Apotheker kan labwaarden controleren.

Patiënt

Informatie: ontvangt voorlichting van regiebehandelaar over AF, behandeling, leefregels, en het belang van jaarlijkse nierfunctiecontrole bij DOAC-gebruik.

Contact bij klachten: neemt contact op met regiebehandelaar (huisarts of cardioloog). Buiten kantooruren: huisartsenpost of volgens afspraken in ziekenhuisbrief (polinummer, EHH).

Eigen rol: kan gebruikmaken van e-health (bijvoorbeeld thuismonitoring via app) als dat wordt aangeboden.

Algemene afspraken

Regiebehandelaar: degene die verwijst is regiebehandelaar. Bij overdracht wordt regiebehandelaarschap officieel overgedragen.

Medicatie: de voorschrijver is verantwoordelijk voor herhaalrecepten en nierfunctiecontrole. Bij comorbiditeit (hypertensie, CVRM) kan cardioloog terugverwijzen naar huisarts.

Berichtgeving: volgens HASP-richtlijn.

E-health: ziekenhuizen gebruiken thuismonitoring (Luscii) voor bepaalde patiënten (na ablatie of cardioversie). Terugverwezen patiënten worden niet meer gemonitord door ziekenhuis.

Contact

In de volledige RTA (pdf) staan de contactgegevens van de betrokken experts. Heb je een vraag of opmerking? Mail naar info@rsotrijn.nl.

Laatste inhoudelijke wijziging: 17 juni 2026