icon-list Menu RTA's en werkafspraken

In het kort

Het convenant is bedoeld om het medicatieproces in de thuissituatie soepeler te laten verlopen. Het verbetert de samenwerking tussen apothekers, huisartsen en thuiszorgorganisaties in de regio Midden-Nederland. De afspraken geven duidelijkheid over verantwoordelijkheden en zorgen voor een veiliger medicatieproces voor patiënten.

Download complete RTA (pdf)

Huisarts
  • De huisarts is hoofdbehandelaar bij patiënten in de thuissituatie.

Taken van de huisarts

  • De huisarts geeft nieuwe recepten en wijzigingen in medicatie door aan de apotheker en noteert deze wijzigingen in het HIS.

  • De huisarts maakt periodieke afspraken op patiëntniveau over het evalueren van medicatie, samen met de apotheker en de thuiszorgorganisatie.

  • De huisarts informeert de apotheker schriftelijk wanneer de wijkverpleging het beheer van medicatie gedeeltelijk of helemaal overneemt.

  • De huisarts noteert in het HIS wanneer medicatie anders wordt toegediend dan via de GDS-aanlevering of gewone losse medicatie.

Zie bijlage 4 in de volledige RTA voor een tabel met aanvullende informatie.

VVT (thuiszorgorganisatie)

Taken van het bestuur

  • Het bestuur informeert de huisarts en apotheker wie vanuit de organisatie de coördinerende rol heeft en het aanspreekpunt is.

  • Het bestuur geeft inzicht in de interne procedure bij overname van medicatiebeheer.

  • Het bestuur maakt afspraken met cliënten over de voorwaarden en gevolgen van het overnemen van het medicatiebeheer.

Taken van de thuiszorgmedewerker

  • De thuiszorgmedewerker noteert de toestemming van de patiënt voor het uitwisselen van gegevens over de medische en farmacotherapeutische behandeling en registreert dit in het zorgdossier.

  • De thuiszorgmedewerker registreert welke medicatie is toegediend op een toedienlijst.

  • De thuiszorgmedewerker zorgt voor dubbele controle bij risicovolle medicatie. Dit is verplicht en wordt uitgevoerd door een bekwaam persoon. Het verkleint de kans op fouten bij het toedienen van mogelijk gevaarlijke medicatie.

  • De thuiszorgmedewerker meldt en registreert medicatiegerelateerde incidenten volgens vaste procedures.

  • De thuiszorgmedewerker signaleert tijdig bij de huisarts of een herhaalrecept nodig is.

Zie bijlage 6 in de volledige RTA voor een tabel met aanvullende informatie.

Apotheker

Taken van de apotheker

  • De apotheker zorgt waar nodig voor een geïndividualiseerde distributievorm (GDS), als het medicatiebeheer geheel of gedeeltelijk is overgedragen door een thuiszorgorganisatie.

  • De apotheker levert een actueel medicatieoverzicht aan de cliënt.

  • De apotheker levert een toedienlijst aan de cliënt met daarop:

    • datum van afdruk

    • toedieningsvorm en naam, adres, woonplaats

    • geboortedatum en burgerservicenummer (BSN) van de cliënt

  • De apotheker maakt afspraken met de cliënt over het retourneren van medicatie.

  • De apotheker informeert de huisarts over wijzigingen in voorgeschreven medicatie.

  • De apotheker controleert losse medicatie (niet in GDS) dubbel en markeert dit op de toedienslijst.

  • De apotheker meldt en registreert medicatiegerelateerde incidenten volgens vaste procedures.

Zie bijlage 5 in de volledige RTA voor een tabel met aanvullende informatie.

Cliënt

Taken van de cliënt

  • De cliënt informeert de apotheker en huisarts over het gebruik van alle medicijnen. Zo heeft hij of zij altijd een actueel medicatieoverzicht. Dat kan worden aangevraagd bij de apotheker.

  • De cliënt is verantwoordelijk voor het beheer en gebruik van de voorgeschreven medicatie en zelfzorgmedicatie.

  • De cliënt is verantwoordelijk voor het geven van toestemming om zijn of haar gegevens uit te wisselen tussen zorgverleners.

Revisiedatum: 29 april 2026